AANDOENINGEN

Voor meer informatie kunt u op één van onderstaande aandoeningen klikken:

Overbelasting?
Gewrichtsklachten kunnen door overbelasting ontstaan. Of de belasting is verhoogd. Of de belastbaarheid is juist verminderd, lokaal of op andere plaatsen in het lichaam.

Als de nieren of de lever niet optimaal functioneren verzuurd het lichaam en zetten afvalstoffen zich vast, m.n. in vetweefsel en in het bindweefsel rond de gewrichten en de organen. Dit geeft klachten zonder dat er een duidelijke oorzaak is. Ook het veranderen van zwaartelijnen in het lichaam kan klachten geven zonder dat er een duidelijke oorzaak is, dit m.n. in de benen. Een blokkade in de wervelkolom, het bekken en de voeten zijn veel voorkomende problemen, die er voor kunnen zorgen dat de zwaartelijnen veranderen en zo een overbelasting ontstaan in bijvoorbeeld de knieën en heupen. Ook een verandering van door bloeding kan zorgen voor klachten.

Makkelijker meer bewegen
Voelen uw gewrichten stijf aan? Doet het ook pijn wanneer u wilt bewegen? Heeft u daardoor moeite met lopen? U zult denken dat het beter is om iedere lichamelijke activiteit te vermijden en daarmee pijn te verminderen. Maar het omgekeerde is waar! Wist u dat wanneer u artrose aan knie of heup heeft, het extra belangrijk is dat u blijft bewegen? Als u minder beweegt, zullen klachten juist eerder optreden en uw mogelijkheden zullen steeds verder afnemen. Bewegen kan pijn en beperkingen verminderen.

Elke dag verantwoord bewegen
Speciaal voor mensen met artrose is het beweegprogramma artrose aan heup en/of knie ontwikkeld. U doorloopt het beweegprogramma samen met een kwaliteitsfysiotherapeut. Dit is een fysiotherapeut die voldoet aan de kwaliteitseisen van het Centraal Kwaliteitsregister Fysiotherapie. De fysiotherapeut is speciaal opgeleid voor het beweegprogramma artrose en daarmee deskundig om u te begeleiden tijdens het programma. Uw begeleiding is in goede handen. Tijdens het programma werkt u samen met uw fysiotherapeut om gezond en verantwoord te bewegen. Wat levert het beweegprogramma u op? Minder stijfheid, verbeterde conditie en verantwoord bewegen!

Wat is artrose?
Artrose is een aandoening waarbij het gewrichtskraakbeen slechter wordt. Dit kraakbeen zorgt ervoor dat het gewricht soepel en pijnloos kan bewegen. Bij artrose raakt het gewrichtskraakbeen beschadigd, kan zich niet herstellen en kan zelfs helemaal verdwijnen. Het gewricht kan schokken minder goed opvangen en bewegen gaat moeilijker. Het gewricht kan uitsteeksels vormen, dikker worden en een andere vorm krijgen. Er kunnen ook ontstekingen in de gewrichten ontstaan. Het gewricht wordt dan behalve pijnlijk ook warm en gezwollen.

Moeite met bewegen
Bij artrose van heup en/of knie zijn de pijnklachten meestal het ergst. Geleidelijk kunnen er problemen ontstaan bij allerlei bewegingen zoals lopen, traplopen, in en uit de auto stappen, fietsen of schoenen aantrekken. Door toename van artrose kan de pijn verergeren en de beweegmogelijkheden van het heup- of kniegewricht en de spierkracht verder verminderen. Bij een ernstige vorm van artrose kan de stand van de botten veranderen en daardoor de lichaamshouding.

De belangrijkste oorzaak
Een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van artrose van heup en/of knie is overgewicht. Zware belasting van de gewrichten, intensief sporten of een ongeval kunnen ook artrose veroorzaken. Daarnaast weten veel mensen niet dat artrose tevens kan ontstaan doordat het gewricht te weinig wordt belast. Waarschijnlijk speelt aanleg ook een rol bij het ontstaan van artrose.

Advies
Volg het beweegprogramma artrose
Beweeg (wandel, fiets of zwem)
Eet gezond voor een gezond gewicht
Houd uw conditie op peil
Vermijd plotselinge/schokkende bewegingen
Vermijd zware belasting van heup of knie
Pas op met tillen en sjouwen
Verander regelmatig van houding
Draag schoenen met schokabsorberende zolen

 

Tot voor kort was CARA de verzamelnaam voor astma, longemfyseem en chronische bronchitis. Bij alledrie is sprake van ontstekingen van de luchtwegen, maar de oorzaak en behandeling bij astma is heel anders dan die bij emfyseem en chronische bronchitis. Daarom wordt de term CARA steeds minder gebruikt. Nu hanteren we voor chronische bronchitis en emfyseem de afkorting COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Diseases)

De kenmerken
COPD is een langdurige ontsteking van het slijmvlies van de luchtwegen. Deze begint vaak met extra slijmvorming. Later beschadigt de ontsteking de longen. Verkoudheid, luchtweginfecties of prikkelende lucht, zoals rook, verergeren de ontsteking van het slijmvlies in de luchtwegen. Ook kunnen kleine luchtwegen hun stevigheid verliezen waardoor de longen minder rekbaar worden. Verreweg de belangrijkste oorzaak van COPD is (mee)roken, dit veroorzaakt een lang aanhoudende ontsteking van het slijmvlies in de luchtwegen. Langdurig werken in een omgeving met bijvoorbeeld veel steen- en metaalstofdeeltjes in de lucht kan ook tot een ontsteking leiden. De beschadiging van het slijmvlies verergert geleidelijk waardoor klachten vaak pas na het 40e levensjaar merkbaar worden. Verder kan erfelijkheid ook een rol spelen. De klachten kunnen zijn: hoesten, slijm opgeven, piepende ademhaling, kortademig bij inspanning.

Doordat mensen met COPD benauwder worden tijdens inspanning, weerhoudt het hun er meestal van om in beweging te komen. Maar wie minder beweegt, wordt minder fit en heeft minder energie voor dagelijkse dingen. En als de dagelijkse bewegingen steeds moeilijker worden, dan lukt extra bewegen al helemaal niet meer. En zo worden mensen met COPD steeds benauwder, wordt de activiteit steeds minder en wordt het moeilijker om te bewegen.

COPD en bewegen
Een beweegprogramma op maat kan mensen met COPD helpen om deze spiraal te doorbreken. Elke dag verantwoord bewegen.

Speciaal voor mensen met COPD is het beweegprogramma COPD ontwikkeld. U doorloopt het beweegprogramma samen met een fysiotherapeut. Dit is een fysiotherapeut die voldoet aan de kwaliteitseisen van het Centraal Kwaliteitsregister Fysiotherapie. Deze fysiotherapeut is daarnaast speciaal opgeleid voor het beweegprogramma COPD. Uw begeleiding is dus in goede handen. Tijdens het programma werkt u samen met uw fysiotherapeut om gezond en verantwoord te bewegen.

Wat levert het beweegprogramma u op?
Minder benauwdheid, meer uithoudingsvermogen en verantwoord bewegen! Informatie over COPD Chronische bronchitis en longemfyseem.

Advies
Volg het beweegprogramma COPD
Stop met roken
Beweeg (wandel, fiets of zwem)
Eet gezond voor een gezond gewicht

 

Klachten bij diabetes
Een hoge bloedglucosewaarde kan allerlei klachten veroorzaken, zoals dorst, veel plassen en vermoeidheid. Bewegen is voor mensen met diabetes extra belangrijk, omdat hierdoor de bloedglucosewaarde in het bloed wordt verlaagd en de insuline beter zijn werk kan doen. Wanneer de hoeveelheid glucose in het bloed te ver daalt, kan dit leiden tot een ‘hypo’. Een hypo herkent u aan: transpireren, bleek zien, onduidelijk praten, een hongerig gevoel, gapen, prikkelingen om de mond, beven en stemmingsveranderingen (koppig, prikkelbaar, stuurs). Diabetes type 2. Er zijn verschillende typen van diabetes. Bij mensen met diabetes type 2 maakt de alvleesklier onvoldoende insuline aan of de insuline werkt onvoldoende. Daardoor nemen de cellen de glucose uit het bloed onvoldoende op. Diabetes type 2 komt vaak voor bij mensen die ouder zijn dan veertig jaar, zogenaamd ouderdomssuiker. Speciaal voor deze doelgroep is het beweegprogramma diabetes type 2 ontwikkeld.

Bewegen met diabetes
Bewegen is zeker voor mensen met diabetes belangrijk is voor de gezondheid. Bewegen heeft een positieve invloed op de vetstofwisseling, de bloeddruk en de cholesterolspiegel. Je kunt als diabeet aan sport doen met normale bloedglucosewaarden.

Met dit beweegprogramma hopen we veel mensen over de streep te trekken om onder begeleiding van een fysiotherapeut aan de slag te gaan. Om symptomen van het bewegen (verhoging van hartslag tijdens het bewegen, transpireren) te leren herkennen. Voor oudere én voor jongere mensen met diabetes is dit programma een goed initiatief. En speciaal voor mensen met diabetes type 2 is dit beweegprogramma ontwikkeld. Elke dag verantwoord bewegen. U doorloopt het beweegprogramma samen met een fysiotherapeut. Dit is een fysiotherapeut die voldoet aan de kwaliteitseisen van het Centraal Kwaliteitsregister Fysiotherapie. Deze fysiotherapeut is daarnaast speciaal opgeleid voor het beweegprogramma diabetes. Uw begeleiding is dus in goede handen. Tijdens het programma werkt u samen met uw fysiotherapeut om gezond en verantwoord te bewegen.

Wat levert het beweegprogramma u op?
Controle over uw bloedglucosewaarde tijdens bewegen, verbeterde conditie en verantwoord bewegen. Informatie over Diabetes. Dit is diabetes Alle voedingsstoffen die we dagelijks binnenkrijgen, worden in het lichaam omgezet in brand- en bouwstoffen. Zo worden koolhydraten (een verzamelnaam voor zetmeel en suikers) in het lichaam omgezet in glucose. Via het bloed wordt de glucose vervoerd naar verschillende organen. Om toegang te krijgen tot de organen is insuline nodig. Bij mensen met diabetes maakt de alvleesklier geen of weinig insuline aan of werkt de door het lichaam aangemaakte insuline onvoldoende. De bloedglucosewaarde (hoeveelheid suiker) in het bloed is daardoor hoger dan normaal.

Volg het beweegprogramma diabetes type 2.
Beweeg (wandel, fiets of zwem)
Eet gezond voor een gezond gewicht. Houd uw conditie op peil, sport in gezelschap
Zorg dat u altijd een koolhydraatrijke snack bij u heeft
Luister naar de signalen van uw lichaam. Let goed op uw bloedglucosewaarde. Stop met sporten als u een hypo voelt aankomen.

 

Voor mensen die een probleem met hun hart hebben of hebben gehad, is bewegen in de revalidatieperiode heel belangrijk om de conditie weer op te bouwen. De fysiotherapeut is bewegingsspecialist. Tijdens de revalidatie kan de therapeut helpen om bewegingsangst af te laten nemen of om juist te leren om niet over grenzen te gaan.

Klachten bij hart- en vaatziekten
Klachten die aanwezig kunnen zijn: pijn op de borst, kortademigheid of extreem vermoeid, onregelmatige of snelle hartslag, misselijkheid en/of duizelingen.

Oorzaken van hart- en vaatziekten. Het is onduidelijk hoe de verschillende vormen van hart- en vaatziekten ontstaan. Vaak is vernauwing in de bloedvaten een oorzaak. Deze vernauwing kan leiden tot bijvoorbeeld een beroerte of een hartinfarct. Ook kan het hart zelf verzwakt zijn en niet in staat om het bloed optimaal door het lichaam te pompen. Daarnaast is bekend dat een ongezonde leefstijl de kans op hart- en vaatziekten vergroot. Onder ‘ongezond’ verstaan we: roken, niet genoeg bewegen en ongezonde voeding.

Elke dag verantwoord bewegen
Iedere dag een half uur matig intensief bewegen draagt bij aan een goede gezondheid. Speciaal voor mensen die in het verleden een hartinfarct hebben gehad of die een bypassoperatie, dotteringreep, PCI of hartklepoperatie hebben ondergaan, is dit beweegprogramma ontwikkeld. U doorloopt het beweegprogramma samen met een kwaliteitsfysiotherapeut. Dit is een fysiotherapeut die voldoet aan de kwaliteitseisen van het Centraal Kwaliteitsregister Fysiotherapie. De fysiotherapeut is speciaal opgeleid voor het beweegprogramma voor mensen met hartaandoeningen en daarmee deskundig om u te begeleiden tijdens het programma. Uw begeleiding is in goede handen. Tijdens het programma werkt u samen met uw fysiotherapeut om gezond en verantwoord te bewegen. Wat levert het beweegprogramma u op? Gezond leven, verbeterde conditie en verantwoord bewegen!

Advies 
Volg het beweegprogramma voor mensen met hartaandoeninge
Beweeg (wandel, fiets of zwem)
Eet gezond voor een gezond gewicht
Houd uw conditie op peil

 

Osteoporose is in feite een proces van achteruitgang van uw botten door te snelle botontkalking. Het is belangrijk om de achteruitgang van botten zoveel mogelijk te remmen. Goede voeding en beweging spelen daarbij een rol. Bij uw fysiotherapeut, de specialist in beweging, kunt u terecht voor advies en, wanneer nodig, voor behandeling en begeleiding.

Eerst een paar feiten over uw botten
Bot is levend weefsel. In ons lichaam wordt voortdurend oud bot afgebroken en nieuw bot aangemaakt. In de regel maken we tot ons vijfendertigste jaar meer bot aan dan er wordt afgebroken en kan onze ‘botmassa’ groeien. Daarna wordt de afbraak geleidelijk groter dan de opbouw. De botten verliezen hun stevigheid en structuur, waardoor ze brozer worden. Dit is tot op zekere hoogte een natuurlijk verouderingsproces waar iedereen op oudere leeftijd in meer of mindere mate mee te maken krijgt.

Wat kan fysiotherapie betekenen bij osteoporose?
Bewegen Heeft een gunstig effect op uw klachten. Maar veel mensen met osteoporose zijn juist geneigd minder te bewegen. Pijn en bewegingsangst kunnen hierbij een rol spelen. Uw evenwichtsgevoel kan afnemen waardoor u een groter risico loopt om te vallen en een bot te breken. Om u toch op de juiste manier in beweging te houden en bij te dragen aan het afremmen van de te snelle botontkalking kan de fysiotherapeut een belangrijke bijdrage leveren.

Behandeling en begeleiding
Het is heel belangrijk om te weten wat uw lichaam aankan. Uw fysiotherapeut helpt u om dat te ontdekken. Onder begeleiding leert u bij de alledaagse bewegingen uw lichaam op de juiste manier te belasten. Niet te weinig, en zeker ook niet te veel. Ook doet u oefeningen onder begeleiding van de fysiotherapeut om uw evenwichtsgevoel en coördinatievermogen te verbeteren. Fysiotherapeuten hebben hiervoor speciale valpreventieprogramma’s ontwikkeld. Op die manier kunt u een val voorkomen. Het doel is dat u zich zekerder gaat voelen en dat komt uw zelfstandigheid ten goede.

Wat is osteoporose?
Osteoporose betekent letterlijk: poreus bot. Het ontstaat door een te snelle afbraak of een vertraagde opbouw van bot. Bij de meeste mensen wordt osteoporose pas ontdekt als ze een bot breken. Vaak is een lichte klap of een val al genoeg voor een breuk, zo verzwakt is het bot. Zelfs tijdens dagelijkse bezigheden, zoals bukken, tillen of opstaan, kan er iets breken. De meest voorkomende breuken als gevolg van osteoporose zijn wervelbreuken, polsbreuken en gebroken heupen (bij personen ouder dan 55 jaar), maar ook andere botbreuken kunnen met osteoporose samenhangen.

Risicofactoren voor het ontstaan van osteoporose
Op elke leeftijd kan osteoporose optreden, niet alleen bij ouderen. Er kan namelijk ook met het bot zelf iets mis zijn waardoor sneller osteoporose ontstaat. Naarmate u ouder wordt, groeit de kans op osteoporose. Erfelijke aanleg kan een rol spelen. Ook bepaalde ziekten of aandoeningen, zoals te weinig geslachtshormoon of een te hard werkende schildklier, en het gebruik van bepaalde medicijnen (prednison-achtige) zijn risicofactoren.

Vrouwen hebben meer kans op osteoporose, met name blanke en Aziatische vrouwen. Dit heeft te maken met de afname van oestrogenen (vrouwelijke hormonen) tijdens en na de overgang. Deze hormonen remmen namelijk de afbraak van botmassa. Ook de lichaamsbouw blijkt een rol te spelen: kleine, slanke vrouwen hebben een grotere kans op osteoporose. Roken, eenzijdige voeding, overmatig alcohol- of koffiegebruik, onvoldoende lichaamsbeweging, ondergewicht en te weinig buitenlicht zijn ook factoren die de kans op osteoporose vergroten. Deze factoren heeft u uiteraard zelf in de hand.

Gezond leven
Er zijn verschillende factoren die u zelf in de hand heeft. Zo kan een te laag lichaamsgewicht zorgen voor een minder goede botopbouw. Ook overmatig zout-, alcohol- en koffiegebruik en het roken van sigaretten verhogen de kans op snelle botontkalking. Voor de aanmaak van bot is calcium nodig. Calcium zit vooral in zuivelproducten, groene bladgroenten, broccoli en noten. In het algemeen zijn drie à vier porties zuivel per dag voldoende. Om calcium uit de voeding te kunnen opnemen, heeft uw lichaam ook vitamine D nodig. Ons lichaam maakt zelf vitamine D aan. Dit gebeurt in de huid onder invloed van zonlicht, daarom is het belangrijk dat u voldoende buiten komt. Verder zit vitamine D ook in (vette) zeevis, zoals haring en makreel, en in margarine, halvarine en boter.

 

Wat is de ziekte van Parkinson?
Bij mensen met Parkinson is er te weinig dopamine in de hersenen. Dit komt door een beschadiging van de zenuwcellen die dopamine produceren. De oorzaak van die beschadiging is helaas nog onbekend. Dopamine, een zogenaamde neurotransmitter, is nodig om signalen door te geven van de ene naar de andere hersencel. Door het tekort aan dopamine wordt de aansturing van de spieren bemoeilijkt. Daardoor kunnen er problemen zijn in de dagelijkse bewegingen (lopen, omdraaien in bed) en praten. Ook kunnen slaapproblemen, verwardheid, depressies, concentratieproblemen en geheugenstoornissen optreden. Inmiddels zijn er wel medicijnen om de symptomen te verminderen.

Zeker bewegen met Parkinson
Omdat voornamelijk de motoriek verstoord is, zijn de gevolgen van Parkinson elke dag merkbaar. Bekende klachten zijn het beven (tremoren), de spierstijfheid waardoor het moeilijk is om bewegingen te beginnen, de bewegingstraagheid en een gebogen houding. Op termijn ontstaan meestal moeilijkheden met lopen en dagelijkse bezigheden, bijvoorbeeld omdraaien in bed. Er kunnen ook depressies, geheugenstoornissen of concentratieproblemen aanwezig zijn.

Positieve uitwerking
Het is begrijpelijk dat er onzekerheid kan zijn over de bewegingsmogelijkheden. Begeleiding door een fysiotherapeut kan daarom zinvol zijn. Het gaat erom dat de dagelijkse bewegingen zo optimaal mogelijk gedaan kunnen worden en het is belangrijk om actief te blijven. Bewegen heeft een positieve uitwerking op de klachten. Hier leest u wat de fysiotherapeut, als specialist in beweging, kan betekenen. Daarnaast staan hier een aantal praktische tips om zelf voldoende beweging te krijgen en controle over de klachten te houden.

Wat kan fysiotherapie voor u betekenen?
Een fysiotherapeutische behandeling heeft een geheel eigen doel en resultaat en is niet ter vervanging van medicijnen of een operatie. Nadat een neuroloog bij u de ziekte van Parkinson heeft geconstateerd, kunt u een doorverwijzing naar de fysiotherapeut krijgen, bijvoorbeeld van de huisarts, de neuroloog of een andere medisch specialist. Wanneer is er aanleiding voor een doorverwijzing naar de fysiotherapeut? Als u problemen ervaart bij dagelijkse bewegingen, zoals lopen, opstaan uit een stoel en omrollen in bed. Een verminderde conditie kan een reden zijn, evenals nek- of schouderklachten. Of mogelijk bent u het afgelopen jaar meerdere malen gevallen en bent u juist geneigd om minder te bewegen. Dat is begrijpelijk. Actief blijven heeft echter een positieve uitwerking op uw klachten en voorkomt nieuwe bijkomende klachten, zoals broze botten, obstipatie of problemen met het hart.

Zelfstandigheid
De fysiotherapeut helpt u om weer makkelijker, zekerder en vrijer te gaan bewegen. Zonodig helpt hij of zij bij het onderhouden of opbouwen van de conditie. Tijdens de behandelingen wordt er gewerkt aan het zelfvertrouwen tijdens bewegen en aan het leren kennen van de eigen mogelijkheden. Verder kan de fysiotherapeut aandacht besteden aan specifieke dagelijkse activiteiten zoals lopen en het opstaan uit een stoel. Er wordt een goede voorlichting gegeven, een essentieel onderdeel van de behandeling bij de ziekte van Parkinson. Op die manier lukt het ook om op langere termijn, zonder de fysiotherapeut, actief blijven. Het doel is immers het verbeteren of behouden van de zelfstandigheid en veiligheid. De adviezen, behandeling en begeleiding worden afgestemd op de persoonlijke situatie en hoe ver Parkinson zich heeft ontwikkeld.

Advies
Probeer op minstens vijf dagen in de week een half uur te bewegen, bijvoorbeeld een stukje wandelen, fietsen of zwemmen. Hiermee blijft de conditie en kracht op peil. Dit half uur is op te delen in blokken van tien of vijftien minuten. Voor het bewegen kan er ook deelgenomen worden aan specifieke Parkinson oefengroepen voor bijvoorbeeld zwemmen of gymnastiek. Ook kunnen algemene bewegingsgroepen voor ouderen geschikt zijn. De fysiotherapeut kan hierin adviseren.

Vermijden dubbeltaken
Het kan al snel te veel zijn om bijvoorbeeld tegelijkertijd te praten en te lopen (een lichamelijke en een mentale taak), of op te staan uit een stoel met een kop koffie in de hand (twee lichamelijke taken). Probeer één ding tegelijk te doen en vermijd dubbeltaken. Dit is veiliger en vermindert de kans op een val.

 

Oorzaken Artritis
Reumatoïde artritis is een ziekte die vanaf het zestiende levensjaar kan ontstaan. Beneden deze leeftijd heet elke artritis per definitie juveniele chronische artritis. Per jaar komen er in Nederland ongeveer tussen de vijfentwintig en vijftig per honderdduizend inwoners nieuwe reumapatiënten bij . De piek in het ontstaan van de ziekte ligt tussen de veertig en de zestig jaar. Onder de patiënten zijn twee keer meer vrouwen dan mannen. Genetische aanleg speelt hierbij een grote rol. Ook spelen hormonale factoren een rol bij de aanleg voor het krijgen van reuma. De primaire oorzaak voor het krijgen van reuma is echter onbekend. Mogelijk is hierbij sprake van niet één, maar meerdere factoren die ten grondslag liggen aan de chronische ontstekingen. Gedacht wordt aan een trigger die het hele proces van ontstekingen tot gevolg kan hebben. Dit zijn de T-cellen. Deze T-cellen zijn cellen die tezamen met andere ontstekingscellen een ontsteking in gang houden. Bij reumatoïde artritispatiënten zijn verhoogde hoeveelheden van deze T cellen aangetoond.

De verschijnselen van Reumatoïde artritis
Er bestaat geen eenduidige test om reumatoïde artritis aan te tonen. De typische verschijnselen voor reuma zijn terug te vinden in een classificatielijst voor reumatoïde artritis. In deze lijst is een aantal criteria opgenomen die ARC-criteria worden genoemd. Deze criteria zijn:

- ochtendstijfheid
- artritis in drie of meer gewrichten
- artritis in de handgewrichten
- symmetrische artritis
- reumanoduli

Classificatie van reumatoïde artritis is mogelijk als er wordt voldaan aan vier van de zeven criteria. Deze vier criteria moeten langer dan zes weken aanwezig zijn. Vaak zal de patiënt pas in een later stadium merken dat er echt iets aan de hand is. Dit komt doordat de ziekte zich heel langzaam ontwikkelt.

- pijn in en rond de gewrichten
- stijfheid in en rond de gewrichten
- zwellingen in en rond de gewrichten
- roodheid en warmte rond deze zwellingen

Het ziekteverloop
Zoals al eerder vermeld, is reuma een ziekte die zich niet in snel tempo openbaart. De verschijnselen beginnen heel onschuldig. Op den duur kunnen er echter wel degelijk veranderingen in het lichaam optreden. Deze veranderingen spelen zich voornamelijk af in en om de gewrichten. Door de aanhoudende ontstekingen is er gedurende een lange tijd veel vocht in het gewricht aanwezig. Op den duur kan dit het kraakbeen in het gewricht aantasten. Dit kan tot gevolg hebben dat het bewegen van het gewricht minder soepel en met veel pijn verloopt. Op den duur kunnen ook de banden en pezen van het gewricht worden aangetast wat tot gevolg kan hebben dat het gewricht gaat vervormen. Ook ontstekingen in een vroeger stadium kunnen leiden tot pijn in de gewrichten. Dit heeft tot gevolg dat een persoon slecht en soms bijna niet kan bewegen. De ontstekingen komen over het algemeen niet in alle gewrichten voor. Zo worden gewrichten in de wervelkolom bijna nooit aangetast. (Op de nekwervels na) De gewrichten waarin reumatoïde artritis het meest voorkomt zijn de vingers en de tenen, met daarop volgend de elleboog, de schouder, de knieën en de heupen. Reumatoïde artritis is een ziekte die niet constant maar wel progressief verloopt. Dit houdt in dat de aandoening nooit zal overgaan en dat men op den duur alleen maar achteruit zal gaan. Dit zal echter niet in een keer gebeuren maar geleidelijk. Het verloop van de ziekte gaat gepaard met aanvallen. Deze aanvallen kunnen variëren van een paar weken tot een jaar. Na een dergelijke aanval gaat het weer een tijdje beter met de patiënt, tot de volgende aanval. Het is echter wel zo dat het niveau waarop een patiënt terugkomt na een aanval slechter is dan het niveau tussen de vorige twee aanvallen.

Gevolgen voor de patiënt
De patiënten krijgen door de ontstekingen veel te maken met ernstige pijnen. Deze kunnen zo erg zijn dat men niet meer in staat is te bewegen of er niet meer door kan slapen. In een later stadium kunnen de ontstekingen leiden tot het vervormen van de gewrichten. Dit heeft uiteindelijk tot gevolg dat de desbetreffende functie van de betrokken gewrichten bij deze persoon uitvallen. Een apart geval is de ontsteking in de nekwervels. Deze kan lijden tot het verschuiven van de wervels. Aangezien dit ernstige gevolgen voor de patiënt kan hebben, zou het kunnen dat deze wervels moeten worden vastgezet. Dit betekent dat alle bewegingen die met de nek worden gemaakt niet meer kunnen worden uitgevoerd.<br />Een bijkomend effect is dat een patiënt die veel pijn heeft veel minder gaat bewegen. Dit heeft tot gevolg dat de spierkracht en de algehele conditie achteruitgaan. Verdere gevolgen kunnen zijn moeheid, evenwichtsstoornissen en algehele malaise.

Beperking niveau
Door de ontsteking en de pijn aan de ene kant en de vervorming van gewrichten aan de andere kant kan de patiënt in het dagelijks leven behoorlijk beperkt worden. Beperkingen van de handfunctie en de loopfunctie komen het meest voor. Wanneer de grotere gewrichten bij het proces betrokken worden kunnen de beperkingen in belangrijke mate toenemen. Zo kan bijvoorbeeld na de teengewrichten ook de knie bij het ziekte proces betrokken raken. Hierdoor kan de patiënt niet meer goed voortbewegen. Wat op zijn beurt een behoorlijke beperking kan betekenen voor de patiënt. Doordat de patiënt er behoorlijk op achteruit kan gaan heeft dit niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke en sociale gevolgen. Doordat een patiënt niet goed meer ter been is kan hij of zij niet meer overal heen waar hij of zij heen zou willen gaan. Dit kan tot een sociaal isolement lijden. De persoon kan de contacten niet actief meer goed onderhouden. Ook de baan van de desbetreffende persoon zal op een gegeven moment niet goed meer uitgevoerd kunnen worden. Dit kan bij de patiënt een gevoel van overbodig zijn veroorzaken. Door hun aandoening is de patiënt afhankelijk van andere mensen. Bij bepaalde personen kan dit het gevoel van minderwaardigheid en overbodigheid opleveren.

- Mobiliteit
- Conditie
- Aanpassen van leefgewoontes
- Hulpmiddelen bij het dagelijks leven

Afname van de ontstekingsreacties
De paramedische behandelingen worden meestal ondersteund door medicamenteuze behandelingen. Samenvattend zou je kunnen zeggen dat de behandelingen er op gericht zijn de achteruitgang van de patiënt zo minimaal mogelijk te laten zijn. Daarnaast is de behandeling er op gericht de patiënt zo goed mogelijk te laten functioneren in zijn of haar dagelijks leven. Om dit zo goed mogelijk te doen is het belangrijk om de patiënt met zijn of haar gebreken te leren omgaan. Indien er voor dit gebrek een goed hulpmiddel voor handen is, dan is dat iets waar een patiënt mee moet leren omgaan. Maar ook de achteruitgang kan redelijk worden tegengegaan of afgeremd. Het is voor het functioneren van de patiënt van groot belang dat zijn of haar mobiliteit op een acceptabel niveau is en dat de conditie op een zo hoog mogelijk niveau blijft. <br />Het is vaak zo dat een patiënt minder gaat bewegen door de pijn die er bij de aandoening ontstaat. Hierdoor wordt het desbetreffende deel van het lichaam niet of nauwelijks belast. Hierdoor gaat de mobiliteit achteruit (het lichaamsdeel wordt stijf) en gaat de conditie snel achteruit. Door deze aspecten wordt het ziekteproces allen maar in de hand gewerkt en gaat de achteruitgang veel sneller.

Artritis, Gewrichtsontsteking
Dit betekend dat de klachten minimaal 3 maanden aanwezig zijn. De ziekte gaat niet meer over en zal gedurende een zeer lange periode actief zijn.

Auto-imuunziekte:
Dit zijn ziekten waarvan het ontstaan in vele gevallen wordt toegeschreven aan het vormen van antistoffen tegen het eigen lichaamsweefsel.

Medicijnen
Reuma is een aandoening die gepaard gaat met ontstekingsreacties die zeer hevige vormen kunnen aannemen. Er zijn medicijnen die deze ontstekingsreacties grotendeels kunnen remmen. Dit zijn dan ook de medicijnen die bij reumatoïde artritis het meest gebruikt worden. Zij worden vaak gebruikt in combinatie met pijnremmende medicijnen. Voorbeelden van de meest gebruikte medicijnen zijn:

- Pijnstillers: Paracetamol, Codeïne, Tramadol, Acetylsalicylzuur, Carbasalaat calcium
- Ontstekingsremmers: Ibuproven, Ketoprofen, Naproxen, Diclofanac, Piroxicam, Meloxicam, Nabumetonen

Behandeling Artritis
De behandeling van reumapatiënten richt zich voornamelijk op het stoornisniveau en het beperkingsniveau. Men kan het ziekteproces op deze manier alleen wat doen afremmen. Aangezien men nog niet precies weet hoe de ziekte ontstaat is hier ook nog niet een goede behandeling voor.

 

Voor wie?
Het programma lage rugpijn is opgezet voor de mensen met a-specifieke lage rugpijn. Dit zijn rugklachten zonder aanwijsbare specifieke lichamelijke oorzaak. De klachten zijn óf chronisch óf terugkerende klachten. Uit onderzoek blijkt dat een intensieve, tijd-gerelateerde oefentherapie de beste manier is, om mensen met chronische pijnklachten te leren omgaan met hun klachten en zo mogelijk van deze lage rugpijn af te kunnen helpen.

Lage rugpijn in het kort
Intake; vraaggesprek, meetinstrumenten, testen van kracht, lenigheid en conditie.
Opstellen van individueel trainingsprogramma voor 3-6 maanden
Begeleiding bij het uitvoeren van trainingsprogramma en verbeteren in het functioneren
Individuele evaluaties na 3, 6 en 12 maand
Begeleiding bij vervolgtraject bewegen

Doelen lage rugpijn
Omgang met lage rugpijn
Herstel van stoornissen (bv pijn, stijfheid) en beperkingen (bv bukken, tillen)
Terugkeer naar een gewenst niveau van particpiatie (bv huishouden, tuinieren, sporten)
Toepassen van het geleerde en getrainde, in het dagelijks leven
Voorkomen van nieuwe rugklachten

Professionals
De begeleiding in dit lage rugpijn programma wordt verzorgd door fysiotherapeuten en eventuele samenwerking met sportfysiotherapie of viscerale therapie. Zo nodig wordt er overlegt met andere disciplines (huisarts, diëtiste, psycholoog, ergotherapeut).

Rapportage
Verslag van intake; basisniveau en doelstellingen
Tussentijds verslag van de evaluaties
Verslag van outtake; de gemeten vooruitgang
Meetinstrumenten; functionele status bepalen van de patient, in kaart brengen van beperkingen en participatie

Tijdsduur
Na 3-6 maand wordt de begeleiding van de training beëindigd en bent u in staat om zelfstandig of met beperkte begeleiding verder te werken aan het behoud van uw rug en gezondheid.

Kosten
Het programma lage rugpijn kost € 600. Wanneer u een aanvullende ziektekosten verzekering hebt is de kans groot dat het zorgprogramma wordt vergoed. Bij de verzekeraar Menzis worden de kosten vergoed voor verzekerden met ExtraVerzorgd 2 of hoger. Informeer bij uw eigen zorgverzekeraar of u hiervoor bent verzekerd.

Aanmelding
Het programma lage rugpijn wordt in het sportcentrum Oxygym in Veendam gegeven. Wilt u zich aanmelden voor dit bewegingsprogramma of wilt u meer informatie bel of mail dan naar Medi-Fit fysiotherapie Veendam.